Nieuwe trends in voetbal: volledige selecties en keepers als veldspelers

Nieuwe trends in voetbal: volledige selecties en keepers als veldspelers

Nieuwe trends in voetbal: volledige selecties en keepers als veldspelers

WK toont verandering in teamgebruik

Het recente WK voetbal heeft een duidelijke verschuiving laten zien in de manier waarop nationale coaches hun selecties inzetten. Waar voorheen de gedachte heerste dat een toernooi met ongeveer 15 of 16 spelers werd gespeeld, is het nu de norm geworden om de volledige selectie te benutten. Dit betekent dat meer spelers dan ooit tevoren minuten maken tijdens het toernooi.

In 2014 baarde Louis van Gaal al opzien door al zijn 23 selectieleden, inclusief de derde doelman Michel Vorm, in te zetten tijdens het WK in Brazilië. Deze aanpak, die destijds als opmerkelijk werd beschouwd, is nu een gangbare praktijk geworden. Tijdens het meest recente WK hebben al zes bondscoaches 100 procent van hun veldspelers gebruikt, waaronder de coach van Argentinië, Lionel Scaloni.

Bij maar liefst 25 teams, waaronder Oranje, bleven slechts één of twee spelers aan de kant. Thomas Tuchel, bijvoorbeeld, verklaarde vooraf dat zijn selectie voor elk denkbaar scenario een specialist telde. Hoewel zijn wisselbeleid soms ter discussie stond, zette hij zijn woorden om in daden. Bij Engeland was Kobbie Mainoo de enige veldspeler die geen minuten kreeg.

Deze ontwikkeling past in het bredere beeld van het WK als een toernooi van ‘starters’ en ‘finishers’. Sinds het EK in Duitsland hanteren bondscoaches deze terminologie, en op dit WK is het de nieuwe standaard geworden. Het idee van een ‘vast elftal’ is in het clubvoetbal al langer verleden tijd, en deze trend lijkt nu ook definitief door te breken in het internationale toernooivoetbal.

De opkomst van de ‘doelspeler’

Een andere belangrijke trend die tijdens het WK duidelijk naar voren kwam, is de transformatie van de keeper naar een ‘goalplayer’, oftewel een ‘doelspeler’. Deze ontwikkeling, waarbij de keeper steeds meer als een veldspeler fungeert, heeft zich snel voltrokken.

In 2018 namen doelmannen nog alle achterballen voor hun rekening tijdens WK-duels. In 2022 was dit percentage gedaald tot 91 procent. Tijdens het meest recente WK bleek dit aantal vrijwel gehalveerd te zijn, tot 52 procent. Dit betekent dat een doeltrap nu vaak begint bij een verdediger die de bal breed speelt naar de keeper, waarna de keeper als een veldspeler de vrije man zoekt om de eerste druk van de tegenstander te omzeilen.

Een kenmerk van deze trend is dat keepers/goalplayers steeds vaker middellange passes geven, met een reikwijdte tussen de 10 en 40 meter. De Spaanse doelman Unai Simon staat bekend om zijn specialiteit in deze ‘middellange trap’. Ook Bart Verbruggen van Oranje blinkt hierin uit; hij behaalde een bijna 100 procent score op dit onderdeel in de poulefase van het EK 2024 en heeft deze kwaliteit verder verfijnd met keeperstrainer Patrick Lodewijks.

De Spaanse doelman Unai Simon doet meer dan alleen ballen tegenhouden.© Anadolu via Getty Images
De Spaanse doelman Unai Simon doet meer dan alleen ballen tegenhouden.© Anadolu via Getty Images Credit: ad.nl

Pionier Frans Hoek predikt de rol van de goalplayer al jaren wereldwijd. Volgens voormalig clubdirecteur Ted van Leeuwen was Hoek 25 jaar geleden al zijn tijd ver vooruit op dit gebied. Van Leeuwen herinnert zich een gesprek uit de late jaren 90, waarin Hoek, destijds keeperstrainer onder Louis van Gaal bij Barcelona, vroeg naar een keeper met een ‘goede middellange trap’. Destijds was deze term onbekend, maar Hoek en Van Gaal waren ervan overtuigd dat de opbouw bij Barcelona moest beginnen bij de doelman, die de bal zuiver moest kunnen openen met zijn voeten, ook over langere afstanden.

Nu, 25 jaar later, is de keeper niet langer alleen de laatste man die doelpunten voorkomt, maar ook de eerste man die de aanval dicteert. Deze ontwikkelingen werden besproken in de AD Voetbalpodcast door Etienne Verhoeff en Maarten Wijffels.

Meer doelpunten en strafschoppen op het WK

Het WK, dat eindigt met de finale tussen Spanje en Argentinië, heeft ook opvallende statistieken opgeleverd wat betreft het aantal doelpunten. Er zijn niet eerder zoveel doelpunten gemaakt in blessuretijd; tot nu toe zijn 32 doelpunten buiten de officiële speeltijd gescoord. Dit komt deels door het hogere aantal wedstrijden op dit WK, met 102 gespeelde duels, vergeleken met 64 in 1998.

Zelfs gecorrigeerd voor het aantal wedstrijden, was het aantal doelpunten in blessuretijd hoog. Een mogelijke verklaring hiervoor is de invoering van een pauze halverwege beide helften, wat resulteerde in meer blessuretijd. In totaal zijn er 297 doelpunten gemaakt, wat een hoog aantal is, ook omgerekend naar het aantal doelpunten per wedstrijd. Sinds 1970 is er niet zoveel gescoord als tijdens dit kampioenschap.

Tijdens de reguliere speeltijd van dit WK zijn 21 strafschoppen genomen, waarvan er 15 werden benut. In verhouding tot het aantal wedstrijden springt dit kampioenschap er niet uit wat betreft het aantal strafschoppen, aangezien vier jaar geleden de bal vaker op de penaltystip lag.

Read Also

Source: destentor.nl