Noorse overwinning na hectische finale
Søren Wærenskjold heeft de elfde etappe van de Tour de France gewonnen. De Noor profiteerde van een moment van twijfel in het peloton tijdens de massasprint in Nevers. De etappe, die startte in Vichy, bleek de snelste in de geschiedenis van de Tour, met een gemiddelde snelheid van 50,9 kilometer per uur over de ruim 160 kilometer. Dit overtrof het vorige record uit 1999, toen Mario Cipollini een etappe won met een gemiddelde van 50,36 kilometer per uur.
De sprintfinale werd gekenmerkt door onverwachte wendingen. Op ongeveer 450 meter van de finish keek Jasper Stuyven om zich heen, op zoek naar zijn kopman Tim Merlier. Toen hij Merlier niet zag, verminderde Stuyven zijn inspanning, wat leidde tot een kleine opening aan de rechterkant van de weg. Deze situatie creëerde een hapering in de kop van het peloton en zorgde voor een daling van de snelheid.

Cees Bol kwam hierdoor met een klein gaatje alleen vooraan te liggen. Olav Kooij gaf na afloop aan dat hij even dacht dat het gat groot genoeg zou zijn voor Bol om de overwinning te pakken en besloot het gat niet te dichten. Wærenskjold zag echter zijn kans schoon, dook door de ontstane opening en schoot naar voren, waarna hij Bol voorbijstreefde. Kooij en andere sprinters kwamen te laat om de 26-jarige Noor nog te achterhalen.
Sprintdrama en tactische keuzes
De elfde etappe beloofde op voorhand een massasprint te worden, maar de aanloop was ongebruikelijk. Waar eerdere sprinetappes in deze Tour vaak begonnen met een vroege vlucht die weinig kans van slagen had, was dat deze keer anders. De eerste aanval van de dag kwam van Mathieu van der Poel, die in eerdere sprintetappes zijn kopman Jasper Philipsen had afgezet. Zijn aanvalspoging duidde op een andere tactiek, mogelijk gericht op het dwarszitten van Tim Merlier, die al twee etappezeges op zijn naam had staan.
De vluchtpoging van Van der Poel inspireerde een contingent andere renners om ook aan te vallen. Dit leidde tot een spervuur aan demarrages en uiteindelijk tot een kopgroep van vier renners: Nelson Oliveira, Mathis Le Berre, Julian Alaphilippe en Uno-X renner Anthon Charmig. Deze kopgroep kreeg de ruimte, maar de snelheid bleef uitzonderlijk hoog, mede door het peloton dat de koplopers opjaagde.

De ploegen van Merlier en Astana-sprinter Max Kanter hielden de kopgroep voortdurend binnen handbereik. De voorsprong van de koplopers kwam niet boven de anderhalve minuut uit. Uiteindelijk werd de kopgroep op iets meer dan 5 kilometer van de finish ingerekend, wat de weg vrijmaakte voor een klassieke massasprint. Echter, Merlier zelf raakte ingesloten in het strijdgewoel, waardoor zijn sprint ontregeld werd en hij als vijftiende eindigde.
Gevolgen en reacties
Na de finish was er aanvankelijk verwarring rondom Jasper Philipsen. Hij eindigde als derde, maar werd aanvankelijk gediskwalificeerd voor de elfde etappe wegens een vermeende elleboogstoot in de sprint. Dit besluit werd echter na navraag bij de jury teruggedraaid, waardoor Philipsen in de race blijft voor de groene trui. De top-10 van de etappe bestond uit Soren Waerenskjold, Olav Kooij, Jasper Philipsen, Milan Fretin, Huub Artz, Biniam Girmay, Anthony Turgis, Clément Russo, Fernando Gaviria en Pascal Ackermann.

Soren Waerenskjold noemde zijn overwinning zijn grootste zege ooit. Hij erkende dat er renners zijn die sneller zijn, maar geloofde in zijn kansen met een goede sprint. De ploeg Uno-X, waar Waerenskjold voor rijdt, had voorafgaand aan de etappe al aangegeven een andere aanpak te kiezen en te strijden voor etappezeges, nadat hun klassementsrenner Tobias Johannessen was gezakt in het algemeen klassement. De ploeg had eerder al succes met Torstein Træen, die twee dagen de gele trui droeg.
Voor Olav Kooij resulteerde de hectische finale in een tweede plaats, wat hem teleurstelde. Zijn ploeggenoot Tiesj Benoot had de sprinttrein op gang gebracht. De elfde etappe van de Tour de France zal de boeken ingaan als de snelste ooit, met een gemiddelde snelheid van 50,9 kilometer per uur.
Read Also
Source: nu.nl